VHC Oktoberfest 5. November

Party Service Venlo

Warming Up App


Oefeningen voor elk team/niveau
Babylidmaatschap

Een babylid aanmelden?: [email protected]l

babyclub

Studentenhockey

Clubhistorie 
De voorzitters van VHC
Frans Ostheim
1928-1929
Mathieu van Alphen
1929-1958
Harrie Stassen
1958-1961



Hans Franssen
1961-1962
Louis van Noordwijk
1962-1970
Mon Drost
1970-1973



Rob van Alphen
1973-1984
Leopold Wolters
1984-1991
Joop Berendsen
1991-1997




Peter Lommen
1997-2003
Pieter Simons
2003-

Over de geschiedenis van VHC

VHC 1928-2003 Er is niets veranderd!

Image

Op 3 augustus 1928 werd in Hotel American door vijftien vroede vaderen de Venlosche Hockey Club opgericht. Uit de beginjaren van de vereniging is een notulenboek bewaard gebleven waarin verslag is gedaan van alle ledenvergaderingen, vanaf de oprichtingsvergadering tot en met de buitengewone algemene ledenvergadering van 27 april 1934. Verslagen van vergaderingen van driekwart eeuw geleden. En het leuke is: er is niets veranderd!

Neem de oprichtingsvergadering van 3 augustus 1928. De vroede vader G. Bos vraagt het woord tijdens de rondvraag ‘[…] om voor te stellen de leiding der oefeningen op te dragen aan een persoon.’ En wat lezen we in de volgende alinea: ‘Het voorstel om den Heer Bos als spelleider te benoemen wordt bij acclamatie aangenomen.’ Zo ging het vroeger en zo gaat het nu nog steeds: wie met een idee komt, mag het zelf uitvoeren! Er is niets veranderd…

In de oprichtingsvergadering was ook over de naam van de op te richten vereniging gebakkeleid. ‘Eenige heeren wenschen de naam hcv. [Hockey Club Venlo], andere vhv [Venlosche Hockey Vereniging]. Besloten wordt echter de club de naam te geven van Venlosche Hockey Club vhc.’ In het verslag van de tweede vergadering, gehouden 24 augustus 1928, lezen we vervolgens dat ons aller Pierre Houben als het kritische geweten van de secretaris van de club een voorganger had in de persoon van de heer Jacobs. Die verzocht namelijk in de notulen van de oprichtingsvergadering een wijziging aan te brengen om te benadrukken dat de vereniging pas ‘na 2x gestemd te hebben’ de naam vhc kreeg. Er is niets veranderd…

In de derde vergadering, op 19 oktober 1928 werd het reglement van de vhc besproken dat de leden vooraf thuis hadden kunnen bestuderen. De bespreking punt voor punt van alle artikelen van het reglement leverde een tumultueuze vergadering op. De secretaris schrijft: ‘De discussies over dit artikel waren aan de bestuurstafel slechts gedeeltelijk te volgen door het vrij luidruchtige onderlinge samenpraten van diverse leden.’ En verderop: ‘Bij de behandeling van dit artikel werden eenige niet terzake doende vragen gesteld, welke hilariteit veroorzaken.’ In zijn resumé van de vergadering beklaagt de secretaris zich over het gedrag van sommige leden. Hij spreekt onder andere over ‘onnoodige, zelfs onbenullige opmerkingen’ en over ‘interrupties’. Er is niets veranderd…

Of hooguit een kleinigheid, want de secretaris vervolgt: ‘En dat alles ondanks de zeer goede leiding v.d. voorzitter, waarom dan ook in overweging wordt genomen een voorzitters revolver of voorhamer aan te schaffen.’ Die goeie ouwe tijd!

In de derde vergadering werd overigens ook over de trainingsopkomst gesproken. Toen al! ‘Nadat eerst door den Voorz. ernstig wordt gewezen op het nut eener geregelde en trouwe opkomst en training, wat een clubbelang is, spoort hij allen aan toch geregeld te komen oefenen en alle pietluttige en vermeende bezwaren op zij te zetten om zoodoende het spelpeil op te voeren.’ Er is niets veranderd…

In de algemene ledenvergadering van vrijdag 10 januari 1930 wordt er een lange discussie gevoerd over het functioneren van de elftalcommissie. Op een bepaald moment merkt de heer J. Kuiper op dat hij het gek vindt dat ‘[…] men kankert op personen die men zelf gekozen heeft.’ Er is niets veranderd…

Op de algemene ledenvergadering van 15 mei 1931 stelt de heer Joosten voor ‘[…de goalen te repareeren en voor beter inrichting van het berghok, alias waschlokaal te zorgen. Hij vindt het op een vuilnisbelt lijken.’ De voorzitter ‘[…] protesteert tegen de uitdrukking vuilnisbelt. Dat alles wel eens niet geheel in de puntjes is, is de schuld van die leden, die de gebruikte voorwerpen niet geregeld op hun plaats zetten.’ Er is niets veranderd…

In diezelfde vergadering: ‘Tot slot spoort de V. allen aan geregeld de contributie te betalen. Het bedrag [64 gld] wat thans nog geïnd moet worden is te hoog voor onze kleine vereeniging.’ Er is niets veranderd…

Ruim drie jaar na de oprichting, tijdens de jaarlijkse algemene ledenvergadering van 12 augustus 1931, constateert de voorzitter met voldoening ‘[…] dat er nog steeds vooruitgang zit in de v.h.c. Moeilijkheden zullen er blijven, ze zijn er echter om overwonnen te worden. Hij vraagt daarom de medewerking van allen.’ Er is niets veranderd…

Thijs Pubben

Verhalen uit de geschiedenis - 5 oprichterszonen vertellen

Vijf oprichterszonen in gesprek: VHC, een bron van dierbare herinneringen
Mathieu van Alphen, Ernest Kuyper, Harrie Lina, Karel Trijnes en John Werps. Vijf namen uit het lijstje van de vijftien oprichters van vhc. Bijna op de kop af vijfenzeventig jaar later een gesprek met vijf zonen over dat vhc. Frank van Alphen, bijna 59 jaar, zoon van Mathieu van Alphen. Hay Kuyper, 61 jaar, zoon van Ernst Kuyper.
Guus Lina, 52 jaar, zoon van Harrie Lina. Henk Trijnes, sinds enkele maanden 65, dus aow-er, zoon van Karel Trijnes. Michel Werps, 54 jaar, zoon van John Werps.

Image

Als zonen van oprichters natuurlijk alle vijf gehockeyd.
Nog steeds in de weer met bal en stick?

Guus Lina: Nog wel, maar ik hou er binnenkort mee op en word dan niet-spelend lid.
Frank van Alphen: Nog steeds actief hockeyend zij het niet bij vhc maar in Helden. Ben wel niet-spelend lid van vhc.

Fusie met Helden aan het voorbereiden?

Frank van Alphen: Dat zou kunnen, maar laat eerst Blerick maar eens met Venlo samengaan. Dan kijken we wel verder.
Henk Trijnes: Ik hockey niet meer actief. Ben dus gewoon niet-spelend lid.
Hay Kuyper: Zelf spelen heb ik eigenlijk weinig gedaan. Ik ben coach geweest van heren 7 en heb me vooral met randtoestanden bij vhc beziggehouden, zolang ik lid ben.
Michel Werps: Ik hockey nog bij veteranen d.
Jullie zijn hier bij elkaar, omdat jullie zonen zijn van oprichters van het illustere gezelschap vhc. Guus, wat is de eerste herinnering die je aan vhc hebt?

Guus Lina: Mijn eerste herinnering is dat ik met mijn vader naar D’n Berg mocht om daar te gaan kijken naar heren 1 op zondagmiddag. Dat was een feest in die tijd, dat ik dat mocht meemaken. Ik was toen denk ik een jaar of negen, tien. Toen hockeyde ik nog niet, want er waren nog geen mini’s. Zo jong werd er nog niet gehockeyd.
Ik heb vier broers en die hockeyden allemaal. Maar het gekke was, die mochten niet bij vhc hockeyen, want die zaten op het Sint-Thomascollege. In de jaren zestig bestond Gnoothi Kairon, het hockeyteam van het Thomascollege, en de paters eisten dat de studenten daar lid van werden. Officieel heette het, omdat vhc geen rk-vereniging was. Mijn ene broer, Frans, ging bij gkh, mijn andere broer ging bij Blerick, want dat was wel een rk-vereniging. En het typische is dat mijn vader dat ook altijd goed gevonden heeft.
Henk Trijnes: Als ik daar even op in mag haken; ik heb in de jaren 56 en 57, mijn laatste jaren op het Thomascollege, dispensatie gekregen van de rector. Samen met nog twee of drie anderen – ik dacht Boy Staring en Sjang Schreurs. Mede op aandringen, geloof ik, van het bestuur van de hockeyclub kregen we die toestemming, want vhc zat met een spelerstekort, denk ik. We speelden in het eerste herenteam en misschien dat ze daarom een uitzondering maakten.
Frank van Alphen: Dat had niet direct met hockey te maken. In het gesloten seizoen, in de zomermaanden dus, werden er bij vhc op D’n Berg altijd spelletjes georganiseerd. Dan kwamen de ouders met de kinderen naar D’n Berg en dan was er eierlopen, zaklopen, touwtrekken, vérspringen. Ik was toen vijf, zes, zeven jaar. Dat was altijd een geweldig feest. Dat had, nu ik er over nadenk, ook een enorme bindende kracht. Dat schiep een stuk familieband waar vhc altijd om bekend heeft gestaan. Die spelletjesdagen, dat was de eerste confrontatie van ons als kinderen met de hockeyclub.
Hay Kuyper: Mijn eerste ervaring is dezelfde als Frank net vertelde; dat was toch die jeugdsportdag. Wat ik me ook nog goed herinner – ik was toen een jaar of tien elf – is de bouw van een eigen clubhuis. Achter de hockeyvelden lag een weg, die hadden de Duitsers aangelegd van bakstenen. We kregen van Mathieu van Alphen een oud Opel Blitzke en toen hebben we allemaal die stenen uit de grond gehaald, schoongemaakt en er ons eigen clubhuisje van gebouwd. Dat staat er dus nog. En dat mijn vader met ome Sjaak van Janssen-Busch een nacht in de bak heeft gezeten. Het was een hete zomer en er was een spuitverbod, maar zij deden het toch, want het gras moest toch groen blijven.
Michel Werps: Mijn eerste herinneringen aan vhc zijn de wedstrijden van heren 1 bij Backus. In die tijd toen was ik een jaar of vijftien. Ik kwam bij een elftal waarvan ik niemand kende, maar na een bepaalde tijd heeft zich daar een elftal uit gevormd dat zeker een jaar of 25 bij elkaar is gebleven. Die groep bestaat nog; die komt nog een keer per maand op de eerste vrijdag bij elkaar. En ja, dat is een hele hechte vriendengroep geworden.
Henk Trijnes: Wij woonden twee huizen van de garage van Nefkens af. Ik werd voor het eerst in de oorlog met vhc en met hockey geconfronteerd in die garage.
De garage stond leeg en Jan, Piet, Willy en Hens en Fraja en Gé Reintjes en Teddo Gerrits waren daar iedere dag aan het hockeyen. Een soort zaalhockey. En dat waren toen al vhc’ers.
Hay Kuyper: Die stonden inderdaad dag in dag uit ook op die groene poort achter de garage te knallen. Wij woonden aan de achterkant, dus dat kregen wij goed mee.
De heren oprichters waren die ook echt met hockey actief?

Hay Kuyper: Wat mijn vader betreft, valt dat wel mee.
Er is één foto waar hij met een hockeystick op staat en dat is dan ook meteen een beroemde foto. Mijn vader hing wel altijd met ome Sjaak de netten op en haalde ze er na de wedstrijd weer af.
Michel Werps: Nee, dat heb ik nooit meegekregen.
Wel weet ik dat hij vhc ook later nog een heel warm hart toedroeg en dat mijn tantes destijds de eerste vhc-vlag geborduurd hebben. Die is in de oorlog een keer zoek geraakt.
Henk Trijnes: Mijn vader heb ik nooit hockeyend meegemaakt, want hij kreeg mij pas toen hij 38 was en hij is toen gestopt met hockeyen. Maar hij was wel altijd op het hockeyveld. Op zijn 82ste nog.

Kun je zeggen dat jullie een echte hockey-familie waren?

Frank van Alphen: We waren absoluut geen hockeyfamilie. Ondanks het feit dat mijn vader mede-oprichter is geweest, heeft er volgens mij bij ons uit de familie niemand echt gehockeyd, alleen ik.
Michel Werps: Ik ben bij ons thuis de enige die gehockeyd heeft, Maar ik heb drie zussen en die hebben kinderen die weer allemaal hockeyen; dus de derde generatie is weer actief op het hockeyveld.
Hay Kuyper: Zeker, zondagmiddags om twaalf uur eten want om half twee moest je op D’n Berg zijn. Dat was vaste prik. De zondagse soep, eten en dan wegwezen.
Frank van Alphen: Er was wel een grote betrokkenheid. Zeker bij thuiswedstrijden. Je had er je contacten, je vrienden en vriendinnen. Samen trokken we naar D’n Berg, want daar was het gezellig.
Henk Trijnes: Zeker een uur van tevoren waren we er al. Over die betrokkenheid nog even. In de jaren dat vhc drie elftallen had, toen was de band met de hele vereniging veel groter. Een Sinterklaasavond, een kienavond, daar was iedereen. Ik kan me nog herinneren dat er mensen bij ons thuis kwamen vragen: ‘Wat heeft Henk gedaan?’ Sinterklaas moest toch iets kunnen zeggen. Toen waren er misschien dertig of veertig kleine kinderen. Dat was de heel grote band met vhc toen.
Hay Kuyper: En direct na de wedstrijd werd er een veldslag geleverd om bij café Backus binnen te komen.
Wij hadden geen clubhuis; het café van Backus diende als clubhuis. Frans stond daar in de stofjas te tappen. Rustig aan. Als je praatjes had, kwam je helemaal niet meer binnen. En dan als een haas naar Ut Kerkske of naar De Witte op de Parade. Naar John en Tiny.
Henk Trijnes: Bij De Witte achter op de plaats was een wc met een hartje in de deur en daar mikten wij altijd op. Oefenden wij strafcorners.

Hockey was – zeker in de beginjaren – een wat elitaire bezigheid. Je had sticks nodig en de keeper legguards, voor voetbal had je alleen maar een bal nodig. Hebben jullie ooit ervaren dat vhc een beetje een elitaire club was in het Venlose?

Frank van Alphen: Nee, ik denk ook niet dat het dat is. Als je naar de namen van de oprichters kijkt, ik bedoel, daar zit van alles wat bij. Ik kan niet zeggen dat dat in die tijd elitaire mensen waren in de gemeenschap.
Guus Lina: Het was niet de elite van Venlo. Het was gewoon een vriendenclub. Mensen die wel uitgingen en die elkaar in het café troffen. Dat was de basis.
Frank van Alphen: Ze hadden hun kegelclub en ze hadden hun kaartclub, maar dit kon er nog best bij. En dan hadden ze ook nog de sociëteit, daar zaten ze allemaal in. Zo is ons elftal ook ontstaan. We waren rond de achttien en nadat we een keer of drie, vier keer bij Ut Kerkske hadden gezeten, kwam de opmerking: ‘Ja jongens, we kunnen toch niet alleen maar ‘kleppen’, we moeten toch ook wat gaan doen.’ Zo is heren 7 ontstaan. We hebben ons met negen man aangemeld. Er zijn er nog twee bij gekomen en toen was het elftal compleet. Vroeger was dat hét elftal bij vhc. Ik bedoel, als er iets moest gebeuren, bijvoorbeeld in het kader van een jubileum, dan moest je bij het zevende zijn. Bardienst draaien, bewaking bij een tent, vraag het maar aan het zevende, die doen dat wel. Dat was echt een heel hechte band. Ja, dat was op zeker moment zo erg – in de tijd dat mijn broer voorzitter was – dat ik als aanvoerder van heren 7 bij het bestuur op het matje werd geroepen. Men vond dat heren 7 een club in de club aan het worden was. Wij hadden een eigen insigne, een eigen penningmeester in de persoon van Dicky Vollebregt, we hadden een harlekijn als mascotte.
Hay Kuyper: Die heb ik nog steeds.
Frank van Alphen: We zeiden aan het begin van de competitie: ‘Kom op jongens, doe maar allemaal vijftig gulden in de pot.’ Díe ging trouwen en díe kreeg kinderen en dan konden we daar de cadeautjes van kopen. Of er een rondje van geven. Het bestuur zag dat toch als een gevaar voor de vereniging. Terwijl ik zeg: mensen ben daar nu zuinig op, want juist de enorme band die daardoor ontstaan is, geeft jullie de mogelijkheid om een beroep op die club te doen. En die staat dan ook klaar.
Michel Werps: Dat is waar wat Frank zegt, dat hebben wij ook met ons elftal ervaren. Dat wij teveel met ons elftal bezig waren. Wij organiseerden via eigen kanalen trips naar Engeland en wat weet ik verder nog meer. Buiten de club om, omdat die niet meteen haar medewerking eraan gaf. Daar was men heel voorzichtig mee, bijvoorbeeld om toernooien door te geven naar de elftallen. Wij deden dat wel graag, vandaar dat wij op eigen initiatief elk jaar naar de Kanaaleilanden gingen. En ook in Knokke deden we mee aan toernooien. Dat was allemaal op eigen initiatief.
Speelden jullie met jullie elftallen dan geen competitie?

Frank van Alphen: Zeker, we speelden complete competities. Er werd een bepaalde indeling gemaakt en dan moesten wij – ik noem maar wat – tegen het tweede van Horst of tegen het vierde van Tegelen.
Henk Trijnes: Nu is de regio Venlo groot – Tegelen heeft hockeyers, Blerick, Venlo, Venray, Panningen, Horst en noem maar op. Maar dat was vroeger niet. Toen ik in het eerste hockeyde – in Maastricht ben ik nooit geweest, die hadden wel een hockeyclub maar die speelden toen nog niet in ‘onze’ klasse – dat was bij ons altijd Eindhoven, Tilburg, Den Bosch, Breda en Boxtel en verder was er niks. Dat was compleet Zuid.
Hay Kuyper: En het vertrekpunt was altijd garage Nefkens aan de Straelseweg. ’s Morgens om tien uur bij elkaar komen. Je hoefde geen auto te hebben, je kon altijd wel met iemand meerijden. En het frappante is, nu Nefkens niet meer Nefkens is en Frans Nefkens directeur is van de bmw-garage, nu komen de jongens bij de bmw-garage bij elkaar. Komen ze toch weer bij Nefkens bij elkaar. vhc is altijd nauw gelieerd geweest aan Nefkens. En als de jongens van Nefkens – Jan, Piet, Willy en Hens – vroeger niet goed gehockeyd hadden, kregen ze van moeder Nefkens geen warm eten. Vergeet het maar, daar was tante Truus zeer consequent in. Dan kwam er geen warm eten op tafel.

Is iemand van jullie ooit in de voetsporen van vader getreden en in het bestuur terecht gekomen?

Frank van Alphen: Bij vhc niet, in Helden wel. Mijn broer Rob is wel voorzitter geweest en erelid geworden. Hij heeft wel een blauwe maandag een stick vastgehouden, maar erg lang heeft z’n actieve carrière niet geduurd. In Helden heb ik de hockeyclub op poten gezet. Een clubhuis gebouwd, een kunstgrasveld aangelegd. We hebben toch geprobeerd er iets van over te nemen. In Helden ben ik zeven jaar voorzitter en vier jaar secretaris geweest.
Hay Kuyper: In de kascontrolecommissie heb ik gezeten, maar een echte bestuursfunctie, nee. Ik ben een tijdlang materiaalman geweest en vóór mij was dat Wiel Linssen. Daar moest je aan het Klein Park zondags één hockeybal gaan halen, vóór de wedstrijd. Die gaf er geen twee. Toen heb ik dat overgenomen en in de Goltziusstraat in de kelder verfde ik die. Ik legde de ballen op een eier-traytje, verfde een helft, liet die drogen en dan draaide ik het hele zaakje om om de andere helft te verven. Later deden we dat met spijkertjes. Sloegen we een spijkertje in de bal om hem op te kunnen hangen en dan gebruik-ten we een spuitbus met verf. Dat was wat handiger.
En voor elke wedstrijd moesten die ballen, gemaakt van geperste kurk, opnieuw geverfd worden.

Een beetje behelpen dus. Hoe ging dat eigenlijk met trainen en elftallen samenstellen? Was daar een coach of een trainer die daar de verantwoordelijkheid voor droeg?

Image

Henk Trijnes: Ik kan me herinneren dat er in de jaren vijftig iedere dinsdag- of woensdagavond vergadering was van de elftalcommissie – daar zat ome Hans ook altijd bij en Harrie Hendrickx en Hens Nefkens. Dat was bij Van Tol in de achterzaal. Die mannen kwamen dan om een uur of tien uit de achterzaal en dan werden er voorgedrukte briefkaarten ingevuld. Die kreeg je op vrijdagavond thuis en dan wist je op welke plek en in welk elftal je moest spelen. Sport was dan om er eerder dan vrijdag achter te komen wie mee mocht doen. Prachtig was dat.
Frank van Alphen: Dat geldt natuurlijk alleen voor het eerste elftal. Heren 7 heeft nooit getraind; wij trainden bij Ut Kerkske en stelden zelf de posities vast en dat was het.
Henk Trijnes: Nou, veel opleiding hadden wij ook niet.
Ik kan me herinneren dat ik op zaterdagmiddag meestal naar D’n Berg ging en dan waren daar wat jongens aan het hockeyen onder wie Jan Leenen. Die vertelden je dan hoe je dit moest en hoe je dat moest doen. Dat is eigenlijk alles wat wij aan opleiding hebben gehad.
Frank van Alphen: Ja, voor de rest op straat. Straathockey. Daar zijn de hockeyers door ontstaan.
Hay Kuyper: Op het puin. Op de Hertog Reinhoudsingel, op dat binnenperkje, daar werd altijd gehockeyd. Frits Dirkse, Herbert Pompe, Geert Berden, Boy Staring, Toebosch, de jongens van Stelder, een man of tien. Die hadden zelfs een club, ze noemden zich Jole. Waar die naam vandaan komt, weet ik niet.
Guus Lina: En in de stad ook, in de Begijnengang, op het veldje.
Michel Werps: Wij hebben ook altijd een beetje als los zand gehockeyd. Ik weet nog dat af en toe Piet Nefkens langs de lijn kwam kijken. Dan gaf hij wat aanwijzingen en meteen ging het peil met sprongen omhoog. Alleen doordat die man langs de lijn stond.
Hay Kuyper: Wat wil je, die man had het in de vingers. Hoe noem je dat ook alweer bij de Olympische Spelen, als je daar de baas bent van het hele spul? Chef de mission, ja, dat is Piet Nefkens geweest. In Japan, meen ik, in Tokyo. Daar heb ik nog een kaartje van. Op de voorkant in het Nederlands, op de achterkant in het Japans. Of een kaartje, het was eigenlijk een houten plaatje. Ik heb er nog een van thuis liggen. Dat was toch onze Piet Nef.
Henk Trijnes: Hij is toch ook jaren coach geweest van het Nederlands hockeyteam.
Hay Kuyper: En lid van de elftalcommissie van het Nederlands elftal.
Frank van Alphen: En dat zo maar van ons vhc.
Hay Kuyper: En erelid van de knhb, vergeet dat niet.
In de eerste jaren van haar bestaan heeft vhc nogal wat problemen met het vinden van een geschikt veld gehad.
Ik neem aan dat jullie allemaal op D’n Berg bij Backus zijn begonnen toen die terreinproblemen kennelijk opgelost waren?

Henk Trijnes: Ik heb nog wel eens aan De Kraal gehockeyd in de wedstrijden om het landskampioenschap. Het voetbalveld was verkleind maar het was toch een hele grote handicap. De voetbalgoals waren niet goed afgedekt, er stond een kleine goal in. Dus als je een straf-corner moest nemen, dan dacht je dat hij erin zat maar dan zat hij in de voetbalgoal.
Hay Kuyper: Wij hadden een verschrikkelijk mooie accommodatie om je om te kleden en te wassen. Dat was gewoon een goot, daar liep het water door.
Henk Trijnes: Drinkbakken voor beesten. Ik kan me nog herinneren dat in dat hok de pudding klaar stond voor een of andere bruiloft, zeker een stuk of twintig bakken. De helft van de pudding was natuurlijk op toen we het veld op gingen. Vandaar misschien wel de benaming ‘pudding-elftal’.
Michel Werps: Een jaar of tien, vijftien geleden was dat nog wel zo, als we eens in de dorpen uit moesten spelen.
Hay Kuyper: Later kregen we ons eigen clubhuis. In 1973, toen was Jeu Sprengers prins. We hebben altijd nog de wens gehad om daar een museum in te beginnen. Dat clubhuisje was van vhc, maar de grond is van de gemeente, dus is het clubhuisje ook niet meer van vhc. Het is een schattig gebouwtje, heel leuk, met die mergel. Piet Leusen heeft dat getekend. Er zat zelfs een open haard in.
Henk Trijnes: In ons oud clubhuisje zit nu een honkbalclub geloof ik. Die hebben daar hun spullen in staan. Het is weer in gebruik als kleedlokaal. Soms zie je er stoelen buiten staan, maar ik geloof niet dat er een tap is of zoiets.
Michel Werps: De sfeer van Backus is nooit meer teruggekomen in het nieuwe clubhuis.
Frank van Alphen: Inderdaad, dat was uniek. Maar ja, daar stond vhc landelijk om bekend. D’n Berg dat was een begrip. En het goede veld ook. Het beste veld van Nederland.
Henk Trijnes: Als ik het oude veld van vhc vergelijk met een kunstgrasveld, dan weet ik nog niet of dat laatste zoveel beter is. Het oude hockeyveld van vhc was een moordgrasveld. De bal kwam erover aanrollen als een biljartbal, hij stuiterde echt niet.
Hay Kuyper: En weet je wie dat nog jaren lang onderhouden heeft? Inderhees, Hein, dat was onze eerste groundsman en later Jeu Verdellen.
Henk Trijnes: Jeu Verdellen, maar Inderhees zat voornamelijk in Genooi op het veld. Die kreeg van Mathieu van Alphen een dubbeltje om water of limonade in de stad te gaan halen. Hij was namelijk wat jonger dan de ‘heren’. Omdat ze vaak met te weinig man waren, mocht hij ook wel eens mee hockeyen.
Hay Kuyper: Inderdaad, en toen kwam Jeu Verdellen, en dat was eigenlijk de grote man.
Henk Trijnes: Die maaide een uur voor de wedstrijd nog de cirkels. Terwijl hij op zaterdagmiddag het hele veld maaide. Even dun eroverheen en dan walsen.
Hay Kuyper: En dan met ongebluste kalk de lijnen trekken. Wij hadden een motormaaier en als het gras bij Groen-Wit en eerder bij de Venlo Girls erg hoog stond, dan kwam Jan Kleuskens die lenen om het veld te doen. Voor de rest moesten die het doen met een handmaaier. vhc moet toen toch al een rijke club geweest zijn. En dan bij Backus op het schootsveld, zoals wij het noemden, als daar een mollenplaag was. Maar jong, dan lagen ze dag en nacht te kijken waar er weer eentje naar boven kwam. Een schop ervoor, een erachter en dan met de riek erin. Dat veld was toch wel een heiligdom. In 1944 is er een bom op gevallen en toen hebben ze een jaar niet kunnen hockeyen.
Henk Trijnes: Op die plek is het veld altijd een beetje lager gebleven. Het zakte ieder jaar weer een beetje. Ondanks het feit dat het goed opgehoogd was, kregen ze het niet helemaal goed.
Hay Kuyper: Daar hebben India en Pakistan nog tegen elkaar gespeeld. We gingen bij Theo van Gasselt planken halen en bij de eiermijn in Roermond grote eierkisten en daar bouwden we dan tribunes van met fietsenkaartjes erop geniet als plaatsaanduiding. Mochten we een gulden entree vragen en dan kwam de penningmeester van de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond allemaal die guldens ophalen. Daar kreeg vhc geen schroef van.
Henk Trijnes: Een aangepast eerste elftal van vhc heeft ook nog tegen India gespeeld. De grote poster daarvan hangt nog in het clubhuis.

Dat zijn opmerkelijke gebeurtenissen. Wat herinner jij je als de meeste opmerkelijke gebeurtenis bij vhc. Dat zal natuurlijk een van de landskampioenschappen zijn geweest?

Michel Werps: De gebeurtenis in Eindhoven, dat drama. Ik was bij die wedstrijd, trouwens ik geloof wel dat zo ongeveer heel vhc erbij was. Dat vergeet je nooit, het overlijden van John Nefkens op het hockeyveld.
De periode van Marcel Kosman en anderen toen die in 1967 landskampioen werden, dat vind ik nog altijd een hoogtepunt van het vhc-leven. Absoluut. Er was een goede sfeer, altijd.
Hay Kuyper: Met de bus naar Kampong. ‘Waar we heen gaan, Kampong willen we zien, Kampong willen we zien’. Weet je dat nog? Hele bussen vol.
Michel Werps: Opmerkelijk vond ik ook Lodi van Noordwijk, die nam de strafcorners met een andere stick. Een zwaardere stick, speciaal voor de strafcorners.
Hay Kuyper: Ze stopten de bal nog met de hand, Jackie Collin en de Vos hadden altijd een handschoen aan.
Henk Trijnes: Dat gebeurde wel vaker. Willy Nefkens pakte ook wel eens een andere stick. Zo’n grote stick met een grote krul.
Hay Kuyper: Jij maakte ook wel eens een goal met de ronde kant van de stick, Henk.
Henk Trijnes: Dat had niemand gezien, alleen Guus Lathouwers, die wist dat, die floot al bij voorbaat als ik aan kwam lopen. Als ik er met de bal vandoor ging en ik was over de middellijn dan floot hij, want dan wist hij toch dat de bal met de ronde kant voorgeslagen zou worden.
Michel Werps: Wat ik ook leuk heb gevonden waren de trips naar Praag. Dan kwam je ook met andere leden van de club in contact. Mensen waar je normaal niet mee speelde, omdat er grote leeftijdsverschillen waren.

Momenteel heeft vhc rond de 750 leden en is daarmee een flinke vereniging. In de eerste tien, twintig jaar van het bestaan wordt melding gemaakt van 30, 40 seniorleden. Een relatief kleine club lijkt me.

Henk Trijnes: Maar wel een club die resultaten behaalde. vhc stond hoog aangeschreven in Nederland, omdat ze met dat aantal leden zo goed hockeyden. Zoveel jaar op een rij wedstrijden om het landskampioenschap speelden en ook heel wat keren landskampioen geworden zijn.
Hay Kuyper: Daar heeft vhc de Keppelbeker mee verdiend. Daar heb ik nog een foto van. Dat was de landskampioenenbeker en als een club die drie jaar achter elkaar won, werd hij permanent eigendom van de club. vhc heeft die gewonnen in ’42, ’43 en ’44 – in de oorlog dus, dat staat er ook op – en toen mocht vhc die beker meenemen. We wilden hem in het clubhuis in de schoorsteen van de open haard plaatsen in een glazen kastje, maar de beker heeft zoveel zilverwaarde en ook zoveel historische betekenis dat dat onverantwoord was. De beker is dus veilig opgeborgen in het Limburgs Museum.

Heren, we hebben het over van alles en nog wat gehad.
Wil iemand hier nog iets aan toevoegen?

Frank van Alphen: Wat ik tot slot nog wil zeggen is dat ik toch geweldige herinneringen heb aan vhc. Buiten kijf. En, ja ik hockey dan al een lange tijd niet meer bij vhc maar ik kom nog vaak en met heel veel plezier op D’n Berg, want gelukkig mag ik nog tegen vhc hockeyen.
Dat is altijd wel leuk.
Hay Kuyper: Ik wil graag afsluiten met het volgende: dat we toch met z’n allen moeten proberen vhc die inspiratie te blijven geven die de club altijd gehad heeft. En dat wij dan over vijfentwintig jaar ook weer hier aan deze tafel zullen zitten.

Wiel Basten

Bron:75-jarig jubileumboek

 
VHC Venlo APP
Apple Store Google Store
 
Statistieken
Nu online 105



Vandaag jarig
Ariel Louwers
Charlotte Pubben
Maarten Tiesinga
Sem Verbeek
Uitslagen
22-oktober
D1-M.H.C. Goirle D1:4-0
H1-HC Helmond H1:3-0
H3-V.M.H.C. Basko H2:2-7
Party Service Venlo Cup
1. Meisjes B2
2. Heren 2
3. Jongens D1
4. Meisjes D3
5. Heren Jong 1
hele Party Service Venlo Cup competitie
Keeperscompetitie
Flip Curvers 
Sophie Driessen 
Danee Dings 
Bastien van Berlo 
Maud Baeten